Meervoud Vlaanderen

“Vlaams onderwijs moet buiten comfortzone treden”

Uit Meervoud nr 285, maart 2023

Het Vlaams Komitee voor Brussel (VKB) heeft op 31 maart jl. de jaarlijkse Albert De Cuyper-penning uitgereikt aan Eddy Van de Velde, een van de drijvende krachten achter de oprichting van de nieuwe Egied Van Broeckhovenschool, een jezuïetenschool, in Sint-Jans-Molenbeek.

De Egied Van Broeckhovenschool wordt gebouwd in de voormalige brouwerij Vandenheuvel, vlakbij het Weststation in SintJansMolenbeek en start op 1 september 2023. De school is genoemd naar Egied Van Broeckhoven (19331967), een jezuïet die in 1965 in Kuregem (Anderlecht) ging wonen en er tot zijn dood in 1967 in verschillende fabrieken werkte. Egied hield een dagboek bij : ‘”Dagboek van de vriendschap”; het werd in 1970 postuum uitgegeven en vertaald in negen talen. Hij was ook een mysticus. Egied vocht voor sociale rechtvaardigheid en wou als priesterarbeider tussen de mensen leven.

Laureaat Eddy Van de Velde was achtereenvolgens leraar, adjunctdirecteur en algemeen directeur van het SintJan Berchmanscollege; deze laatste functie tot juli 2019. Vanaf dan werd hij algemeen directeur en afgevaardigd bestuurder van vzw Ignatius Scholen in Beweging. Deze vzw is actief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Rand en bestuurt 11 scholen, waarvan 2 secundaire scholen en 9 basisscholen. Het schoolbestuur volgt het ignatiaans pedagogisch project van de orde van de jezuieten en hun stichter, Ignatius van Loyola.

De plechtigheid van de uitreiking van de erepenning werd ingeleid door VKBvoorzitter Bernard Daelemans:

Bijna jaarlijks worden in Brussel nieuwe scholen gebouwd of uitgebreid, het Nederlandstalig onderwijs levert grote inspanningen om de Brusselse demografie bij te benen en ook de steeds toenemende vraag naar Nederlandstalig onderwijs tegemoet te komen. Maar dit specifieke project voor technisch en beroepsonderwijs en dat meer bepaald in Molenbeek, prikkelt toch wel de verbeelding.

Molenbeek, de naam van deze Brusselse gemeente is wereldberoemd, en dat ligt helaas niet zozeer aan de prestaties van de onvolprezen voetbalclub RWD Molenbeek. De sociale parameters in deze gemeente langs het kanaal inzake werkloosheid, armoede, huisvesting maken dat dit stukje Brussel een soort paradijs is voor sociologen, analisten en stadsfilosofen. Ook cineasten brachten Molenbeek al in beeld zoals in de film ‘Les Barons’ van Nabil Ben Yadir in 2009 of nog ‘Black’ van Adil El Arbi en Bilal Fallah naar een boek van jeugschrijver Dirk Bracke. Films over de troosteloosheid en het gebrek aan perspectief dat de gemeente haar jongeren te bieden heeft of nog van bendegeweld dat helemaal ontspoort.

De jeugdwerkloosheid in Molenbeek is torenhoog en Molenbeek is een gemeente met een zeer jonge bevolking. Een maatschappij die haar jongeren geen perspectief weet te bieden, is in gebreke. Daarom vinden we het met het Vlaams Komitee voor Brussel zeer waardevol dat de vzw Ignatius Scholen in beweging, waarvan Eddy Van de Velde afgevaardigde bestuurder is, de koe bij de horens vat en een nieuwe baken uitzet die volgende generaties Molenbeekse jongeren vooruit helpt”.

Bernard Daelemans besluit: “Het feit dat in de Egied Van Broekhovenschool uitdrukkelijk gaat worden ingezet op technisch en beroepsonderwijs stemt ons tevreden want daar ontbreekt het in Brussel aan. Net zoals elders worden deze opleidingen ondergewaardeerd terwijl er wel degelijk een grote nood is aan technisch geschoolde arbeidskrachten en vaklui. We hopen dan ook dat het project van deze nieuwe jezuïetenschool het prestige van technisch en beroepsonderwijs kan opvijzelen. Voor vele Brusselaars is het Nederlandstalig onderwijs een hefboom geweest voor hun maatschappelijke emancipatie. We hebben er vertrouwen in dat ook heel wat jonge Molenbekenaren nu extrakansen zullen krijgen om in het leven te slagen”.

Advocaat Frank Judo verzorgde een eerste laudatio aan het adres van Eddy Van de Velde. “Op school – waar anders – leerden we dat ‘zijn’ belangrijker was dan ‘hebben’. Ongetwijfeld is dat zo, al is de grens tussen beide soms moeilijk te trekken. Vandaag is ‘doen’ echter belangrijker geworden dan ‘zijn’. Om iets te zijn, moet je je bewezen hebben. Dat belet Eddy van de Velde niet te zijn wie hij is, zonder bijzondere behoefte om te tonen wat hij kan. Als hem ooit een adellijke titel zou worden toegekend, was “Faire sans dire” van Alfred de Musset zonder enige twijfel zijn wapenspreuk.”

Als het Vlaams leven in Brussel wil voortleven en meer wil doen dan overleven, zal het de comfortzone moeten verlaten – wat nog iets anders is dan radicaal te breken met al wat tot nu toe gedaan en geprobeerd is. Het Vlaams leven moet naar de grenzen, naar de moeilijke gebieden, naar de uitdagingen trekken. Het Egiedproject past perfect in die logica. Het is een baken voor Nederlandstalige cultuur. Het is een steun voor ondernemend Vlaanderen in Brussel. Vooral is het zichzelf.

Benjamin Dalle, Vlaams minister van Brussel sloot aan met een eigen lofrede : “De Egied Van Broeckhovenschool zal vanaf 1 september a.s. ontegensprekelijk bijdragen aan de ontginning van het potentieel van de Molenbeekse jeugd: vanaf dan zullen ongeveer 140 leerlingen van het eerste jaar als eersten kunnen proeven van de eigentijdse maar zeker ook karaktervolle onderwijsinfrastructuur die de nieuwe school hen zal bieden. De school vult deze infrastructuur in met een vernieuwend en veelbelovend onderwijsproject. Daarnaast zal het ook een ‘open school’ zijn, letterlijk en figuurlijk: de school zal niet sluiten na het laatste belsignaal. Ook nadien zal het een plek zijn waarin niet alleen de leerlingen zelf maar ook hun ouders, grote en kleine broers en zussen, buren en verenigingen welkom zijn en zich thuis voelen. Voor sommigen als het ware ook het verlengde van een living voor wie er thuis geen heeft, met een bijhorende open keuken waar samen verse en gezonde gerechten kunnen worden bereid voor wie daar nood aan heeft. Laat het een bolwerk worden van onderwijs, jeugd en welzijnswerk ten dienste van onze jongeren en hun omgeving. 

De minister herinnerde aan de lijfspreuk ‘in alles dienen en liefhebben’ van Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïetenorde, die ook het motto van de Egied Van Broeckhovenschool is: “Naast het kennisaspect en het welbevinden wil ik nog een derde element benadrukken, met name ‘motivatie’. (…) Motivatie is, wat mij betreft, de belangrijkste eigenschap die jongeren moeten ontwikkelen om iets te bereiken in hun leven. Je mag dan nog zo slim of intellectueel aangelegd zijn, zonder een goede dosis motivatie zullen intellectuele en andere doelen niet worden bereikt. (…). Pater Hugo Carmeliet s.j., een collega priesterarbeider van Egied Van Broeckhoven en nog steeds woonachtig in Kuregem, verwoordde het gegeven ‘motivatie’ onlangs ook heel eenvoudig in een interview: ‘vergis je niet, iedereen die er wil komen, komt er’. Een school kan daar ver in gaan: bevraag leerlingen over hun motivaties. Zorg ervoor dat ze ‘gebeten’ worden, dat ze een drijfveer ontwikkelen om hun kansen te zien, te grijpen en te benutten. Help leerlingen afzwaaien met een diploma secundair onderwijs op zak dat hen helpt om hun leven in te vullen zoals ze het zelf gedroomd hebben”.

Tenslotte kwam laureaat Eddy Van de Velde zelf aan het woord: “het onderwijs is de laatste jaren steeds meer voorwerp van een publiek debat. (…) Steeds weer komt ons onderwijs op een eerder negatieve wijze in het nieuws. Soms lijkt het wel of niets meer goed is. (…) En toch kan ik u hier en nu met grote stelligheid zeggen: er wordt niet alleen hard en kwaliteitsvol gewerkt in het onderwijs maar de scholen en hun leerkrachten munten ook uit in creativiteit, flexibiliteit en doorzettingsvermogen om de actuele uitdagingen het hoofd te bieden. Niet het minst in Brussel, waar de uitdagingen zoveel groter zijn dan in de rest van het land!

Ook de Egied Van Broeckhovenschool zal die uitdagingen vanaf 1 september aangaan. Het project baadt in een sfeer van optimisme. Het geloof in dit wervend en verbindend project dat een antwoord poogt te bieden op Brusselse uitdagingen is groot. Het oprichten van een compleet nieuwe school (…) is een huzarenstukje. Toch ervaren we dagelijks die positieve vibe van ‘yes, we can’.

Bij wijlen hoor je nog de roeper aan de zijlijn. ‘Wat gaan de jezuïeten in godsnaam in Molenbeek doen?’ Uitingen van ongeloof ook: ‘Gaan zij TSO en BSOonderwijs aanbieden?’ ‘Het is niet hun DNA!’Toen wij in 2017 het idee opvatten om te starten met een nieuwe secundaire school in Brussel, was dat aanvankelijk gewoon een antwoord op de oproep van de overheid om meer plaatsen te creëren in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Maar al snel waren wij het er in het bestuursorgaan over eens dat we ons zelf nog een aantal andere voorwaarden dienden op te leggen.

Zo zou de nieuwe school er één zijn waar zowel ASO, TSO als BSOonderwijs aangeboden werd in de twee domeinen STEM en Maatschappij & Welzijn, tegenwoordig een domeinschool genoemd. Het schoolbestuur wou ook werk maken van één van de apostolische speerpunten van de Jezuïeten, met name ‘de kwetsbaren in onze samenleving nabij zijn’. We zochten dan ook naar een locatie in de arme banaan van Brussel. Uiteindelijk zouden we ons oog laten vallen op SintJansMolenbeek, een heel kleurrijke gemeente met een heel jonge bevolking, veel uitdagingen maar ook veel opportuniteiten. Tot slot (…) moest de school ook een maatschappelijke rol op te nemen.

Overwegingen als “dat hebben we nog nooit gedaan” of “dat is buiten onze comfortzone” hadden weinig impact op ons voornemen. (…) De missie van al onze ignatiaanse scholen is dezelfde. Zij wordt duidelijk verwoord in ons Ignatiaans pedagogisch project: wij willen alle jongeren die ons toevertrouwd worden, vormen tot bekwame, bewuste en sociaalbewogen jongvolwassenen die later in de maatschappij, in welk domein of op welk niveau zij ook terechtkomen, het verschil kunnen maken, dingen in beweging kunnen, willen en durven zetten.

En daarbij kunnen dus ook nieuwe en verrassende wegen ingeslagen worden. Zonder twijfel worden het voor ons boeiende tijden in het multiculturele en multireligieuze Molenbeek; we kijken er naar uit om de dialoog ten volle aan te gaan. Dat veronderstelt ook nederigheid. (…) De school moet onze jongeren inderdaad competent maken, kennis, vaardigheden en attitudes bijbrengen maar het onderwijs heeft ook een maatschappelijke opdracht. In een school kunnen jongeren, ongeacht hun socioculturele achtergrond of persoonlijke context, niet alleen samen leren maar ook leren om samen te werken en samen te leven. De school wordt zo een oefenplaats voor een meer rechtvaardige en verdraagzame samenleving.

In de Egied Van Broeckhovenschool willen we deze ervaring nog verruimen door ook na schooltijd de infrastructuur beschikbaar te stellen voor verenigingen en organisaties met gelijkaardige doelstellingen. Samen met hen zal de school een verlengstuk aan het schoolleven breien door de organisatie van vormende en ontspannende activiteiten. Zo wordt de school ook na schooltijd een ontmoetingsplaats voor jongeren en volwassenen waarbij aandacht kan geschonken worden aan duurzame relaties in een buurt die een smeltkroes is van verschillende culturen en religies. (…) Dat ook een goede kennis van het Nederlands een belangrijke rol kan spelen in dit proces is onmiskenbaar. Daarom zullen wij eerst en vooral sterk kwaliteitsvol onderwijs in het Nederlands aanbieden. Daarbij zal ook de van thuis uit Nederlandstalige leerling talig uitgedaagd worden, niet enkel om het taalniveau van de lessen te versterken, maar ook om zelf een pad van groei te kunnen volgen. Dat Nederlandstaligen al lang in de minderheid zijn in onze Nederlandstalige scholen mag geen voorwendsel zijn om het niveau van ons onderwijs te verlagen. Het kan desgevallend wel een reden zijn om sterker in te zetten op een gedifferentieerde aanpak, zodat zowel Nederlandstaligen als anderstaligen een kwaliteitsvolle opleiding kunnen krijgen.

Brussel kent een grote taaldiversiteit, heeft meer dan 100 moedertalen. We stellen vast dat het in de eerste plaats het Nederlandstalig onderwijs is dat erin slaagt om goede meertalige Brusselaars af te leveren. Deze troef mogen we niet uit handen geven. De toekomst van het Nederlands in Brussel ligt niet enkel meer in handen van onze Nederlandstalige gezinnen, maar steeds meer in handen van tweetalige en meertalige gezinnen die via ons Nederlandstalig onderwijs Nederlands leren of er in contact mee komen. Hun keuze moet dan ook met het nodige respect behandeld worden. Hoe meer anderstalige gezinnen wij met ons Nederlandstalig onderwijs kunnen bereiken, hoe beter het Nederlands zal standhouden in onze hoofdstad. We moeten dan ook blijven investeren in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.

Dirk Berckmans

Mobiele versie afsluiten